Uit een nieuwe studie is gebleken dat antidepressiva (m.n. fluoxetine en paroxetine) niet alleen depressie, maar ook dementie kunnen behandelen. De resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift ACS Chemical Neuroscience.

Onlangs hebben onderzoekers van de University of Waterloo in Ontario, Canada, een verrassend mechanisme gevonden, namelijk dat SSRI’s de groei van dementiespecifieke aggregaten in de hersenen lijken te remmen. Volgens de onderzoekers benadrukt deze bevinding niet alleen de voordelen voor mensen met depressie en Alzheimer, maar kan het ook inzichten verschaffen die als leidraad kunnen dienen voor de toekomstige ontwikkeling van geneesmiddelen voor de behandeling van de ziekte.

De huidige behandelingen voor de ziekte van Alzheimer richten zich op het beheersen van de symptomen, maar geen enkele richt zich op dit moment op het onderliggende mechanisme. Bovendien kan het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen voor de ziekte van Alzheimer erg duur en tijdrovend zijn. Dat is meteen de reden waarom de onderzoekers van de Universiteit van Waterloo wilden weten of bestaande medicijnen nuttig zouden kunnen zijn bij de behandeling van dementie.

In het huidige onderzoek is gekeken naar hoe SSRI’s – met name fluvoxamine, fluoxetine, paroxetine, sertraline en escitalopram – de bèta-amyloïde aggregatie in de hersenen kunnen beïnvloeden. De onderzoekers experimenteerden met verschillende soorten en hoeveelheden SSRI’s in het laboratorium, met als doel vast te stellen welke typen en doseringen mensen met dementie zouden kunnen helpen. De onderzoekers vonden dat fluoxetine en paroxetine het meest veelbelovende effect hadden, omdat ze de groei van amyloïde-bèta-plaque met respectievelijk 74,8 procent en 76 procent remden.

De onderzoekers hopen dat hun huidige bevindingen de weg kunnen vrijmaken naar een meer effectieve, veilige en gemakkelijk beschikbare behandeling voor de ziekte van Alzheimer.